Tagarchief: Fokker C.Vc

Fokker C.Vb c/n 4843

In het voorjaar van 1924 werd naar Amerikaanse specificatie een verbeterde C.IV ontwikkeld. Twee afkeurde rompen van voor Rusland bestemde C.IV verkenners werden voorzien van een 12-cilinder Liberty motor. De resultaten vielen echter tegen. In de tussentijd had Fokker te maken met een concurrentiestrijd voor het leveren van tweepersoons jachtvliegtuigen aan de Nederlandse L.V.A.. In eerste instantie bood Fokker de D.C.1 aan, uitgerust met een Hispano Suiza motor.

In december 1924 maakte dit prototype van de Fokker C.V haar eerste vlucht. Haastig ontwikkeld, om kans te maken op een order van de Nederlandse L.V.A., werd nog tijdens het proefvliegen gesleuteld aan het vliegtuig. Het zou uiteindelijk resulteren in grote orders van de L.V.A. voor de C.V en C.VI, waarvan de laatste verschilde in motortype van de C.V..
Door de toepassing van verschillende vleugels waren er meerdere varianten ontstaan. De eerste drie varianten, aangeduid als C.Va, C.Vb en C.Vc, waren voorzien van een vleugelconfiguratie zoals de C.IV. Boven- en ondervleugels hadden ongeveer dezelfde spanwijdte. Windtunnelproeven wezen echter uit, dat door toepassing van het anderhalfdekker-principe (waarbij de ondervleugel in verhouding de helft kleiner was dan de bovenvleugel) een relatief grote snelheidswinst kon worden behaald. Deze variant(en) werden als C.Vd en C.Ve aangeduid en bleken een kaskraker te zijn.

SubtypeRompnummerAfnameMotortype
C.Va4842RuslandDerde (herziene) prototype
C.Vb4843Rusland??
4844ItaliëLorraine Diettrich 450 pk
4904 – 4908DenemarkenLorraine Diettrich 450 pk
4958JapanNapier Lion V 450 pk. Aangekocht als testvliegtuig. Naderhand als krantenvliegtuig gebruikt.
C.Vc4866 – 4871NederlandEerste serie van 6 vliegtuigen voor de Nederlandse M.L.D.. Uitgerust met drijvers. Omdat het type niet voldeed als watervliegtuig, omgebouwd tot landvliegtuig.
4872JapanHispano Suiza ?? pk
4874 – 4878BoliviaHispano Suiza 350 pk
In bovenstaande tabel de 20 gebouwde exemplaren van de C.Va-C.Vb-C.Vc typen.

Zoals in de tabel te zien is, zijn er (exclusief de twee C.IV prototypes) slechts 20 exemplaren geproduceerd van de eerste drie C.V varianten. Fokker besloot in het voorjaar van 1925 om alleen nog de C.Vd en C.Ve actief aan te bieden, waarvan de prestaties gemiddeld genomen beter bleken te zijn.
In juli 1925 verscheen in het Engelse tijdschrift Flight een foto met het onderschrift: “The Fokker C.VI, with B.M.W. engine and nose radiator”. De foto laat echter zien dat het niet gaat om een C.VI. Dat type was tenslotte een artillerie-verkenner, uitgerust met een ander type motor.

Een Fokker C.Vb demonstratievliegtuig, geparkeerd voor de Fokker hangaar op Schiphol. Op de achtergrond het prototype van de Fokker F.VII, uitgerust met een 450 pk Napier Lion motor.

Ook is het geconfigureerd als tweedekker en zijn boven- en ondervleugels van ongeveer gelijke spanwijdte. De toepassing van de B.M.W. motor bleek uiteindelijk geen succes. Hoewel lastig te zien gaat het hoogtwaarschijnlijk om de 6-cilinder B.M.W. IV, een type dat tussen de 230 en 250 pk leverde. Bij het uitvergroten van de foto is echter een rompnummer zichtbaar.

Bij het gedetailleerd bestuderen van foto’s zijn, als die foto’s voldoende kwaliteit hebben, in een aantal gevallen rompnummers zichtbaar. In dit geval zichtbaar aan de buitenkant van de linker vleugelstijl. In andere gevallen is het rompnummer zichtbaar op het kielvlak (bijv. D.XI) of de romp zelf (C.IV, C.V., D.XI, D.XIII).

Fokker C.Vb demonstrator 4843
Het rompnummer 48?3 kan eigenlijk (zie de tabel) alleen de C.Vb 4843 zijn, die aan Rusland geleverd moet zijn (medio augustus 1924). Maar vanaf medio 1925 is het spoor van de C.Vb 4843 in Rusland niet meer te traceren. Ook in de verkooprekeningen van de Fokker fabriek is in 1924 en 1925 geen spoor terug te vinden van de twee C.V vliegtuigen. De vraag is zelfs of beide vliegtuigen wel zijn verkocht naar Rusland. Mogelijkerwijs zijn beide vliegtuigen voor beproeving naar Moskou overgebracht, maar daar ongeschikt bevonden.

Op bovenstaand overzicht staat de afzet afgestreept tegen de geproduceerde Fokker vliegtuigen in 1925: “Op 31 december 1925 nog over in voorraad, 1 lichte C.5 & 1 Russ. C.5.” De waarde ervan bedroeg 58.740 gulden.
Een aanvullend overzicht laat zien, dat het gaat om een Russische C.5 Liberty met 2 stel vleugels (waarde 40.540 gulden) en een eigen proef C.5 lichte machine met een boekwaarde van 18.200 gulden.

Is de C.Vb dezelfde machine als de “C.5 lichte machine”? Met lichte machine kan het type motor worden aangeduid (kleiner vermogen) of het totaalgewicht van het vliegtuig zelf. Interessant is om de aan Japan geleverde C.Vb te vergelijken met de 4843:

Napier Lion II, drooggewicht 435 kg, vermogen 480 pk bij 2200 t/m
B.M.V. IV, drooggewicht 290 kg, vermogen 230-250 pk (maximaal)

In elk geval is duidelijk dat de C.Vb 4843 is gebruikt als demonstratievliegtuig getuige de naam FOKKER onder de ondervleugel en dat het in de periode mei/juni 1925 is voorzien van een 6-cilinder watergekoelde B.M.W. IV motor. En daarmee was het uitgerust met een motor van klein vermogen en kleiner gewicht dan gebruikelijk.

Bronnen
Andersson, L., Sovjet Aircraft and Aviation (London, Putnam Aeronautical Books, 1994) pag. 282
Hoogschagen, E.A., Fokker C.5 export, licentiebouw en doorontwikkelingen (Emmen, uitgeverij Lanasta 2015) pag. 189-190 en 244;