Categoriearchief: Europa pre-1940

Fokker-Grulich F.II DLH D-587 “Neckar”

De Fokker-Grulich machines van de DLH waren in de loop van de tijd betrokken bij een groot aantal (dodelijke) ongelukken. Een aantal weken geleden het verhaal van de D-765 “Eider”, vandaag dat van de D-587 “Neckar”. De D-587 kreeg de naam van een zijrivier van de Rijn, de Neckar. Vanaf januari 1926 was het in dienst van de DLH. Het vliegtuig met rompnummer 1569 zou vele jaren in dienst zijn van de DLH, waarna het zijn actieve loopbaan eindigde als oefenvliegtuig bij de (dan nog geheime) Deutsche Luftwaffe.

De D-587 van de DLH na de crash. De vleugel is vrijwel rechtdoor midden gebroken en de inzittenden hebben het noodluik in de vleugel gebruikt. Let op de gevallen sneeuw op de vleugelribben… (JMGrisnich)

Van de levensloop van de Fokker-Grulich F.II D-587 is eigenlijk heel weinig bekend. Bovenstaande foto laat echter een crash zien, die echter niet het einde van het vliegtuig heeft betekend. Het moet dan ook zijn gerepareerd. In 1934 kreeg het de registratie D-OVAL, waarna het nog een korte tijd heeft gevlogen. Aanvullingen zijn uiteraard van harte welkom!

Fokker-Grulich F.II DLH D-765 “Eider”

De Fokker-Grulich machines hebben jarenlang dienst gedaan op Duitse (binnenlandse) luchtlijnen. De meeste Duitse Fokker verkeersvliegtuigen waren in licentie gebouwde exemplaren voor de Deutsche Aero Lloyd (DAL). Deze maatschappij bouwde zowel de Fokker F.II als F.III in een iets gewijzigde vorm, waardoor de aanduiding Fokker-Grulich ontstond. Dit naar de technisch directeur van de DAL, Karl Grulich. 

De in licentie gebouwde Fokker-Grulich machines verschilden iets van de door Fokker Amsterdam gebouwde exemplaren. Allereerst het motortype. De DAL had voorkeur voor Duitse motoren en de keuze was gevallen op motoren van het type BMW. In eerste instantie werd gekozen voor de BMW IV, later werd ook de BMW Va ingebouwd. Het tweede verschil was dat de Grulich machines een gesloten cockpit hadden. Deze was toegankelijk vanuit de cabine, waar een deurtje tussen cockpit en cabine werd aangebracht.

Toen de DAL in 1926 werd opgenomen in de Deutsche Lufthansa (DLH), werden vrijwel alle Fokker Grulich machines overgenomen. Hieronder bevond zich ook de F.II D-765 “Eider”, met rompnummer 1587. In totaal bezat DLH in 1926 19 F.II vliegtuigen, terwijl de laatste in 1937 uit dienst werd genomen. De F.II (en ook de F.III) werden na 1930 voornamelijk ingezet op de binnenlandse luchtlijnen. Dat gold ook voor de “Eider”. In de vroege middag van 2 mei 1932 was het vliegtuig onderweg van Keulen naar Hannover, een vlucht van zo’n 300 kilometer. Aan boord was een vlieger en vier passagiers. Het was vrij mistig, waardoor vlieger Heumann slecht grondzicht had. Dat was wel noodzakelijk door het ontbreken van blind vlieg-uitrusting en omdat de vlieger zich moest oriënteren om de juiste weg te vinden.

Rond 14.00 uur (lokale tijd) raakte de “Eider” in heuvelachtig gebied nabij Pötzen een aantal bomen, waardoor het neerstortte en totaal werd vernield. Wonderlijk genoeg kwamen de vijf inzittenden er met wat schrammen en builen vanaf. Kort na het ongeluk werd vanaf het vliegveld Hannover hulp geboden. Waarschijnlijk was er ook een fotograaf aanwezig bij deze groep hulpverleners. De foto’s moeten vlak na het ongeluk zijn genomen.

Foto 1: het totaal vernielde vliegtuig van rechtsvoor gezien. De laaghangende mist is nog overal aanwezig.

Foto 1: het totaal vernielde vliegtuig van rechtsvoor gezien. De laaghangende mist is nog overal aanwezig.

Foto 2: zowel Heumann als de vier passagiers moesten zich via het noodluik in de vleugel in veiligheid brengen.

Foto 2: zowel Heumann als de vier passagiers moesten zich via het noodluik in de vleugel in veiligheid brengen.

Foto 3: een opname van de linkerkant van de "Eider": duidelijk zichtbaar is de grote impact waarmee het vliegtuig uiteindelijk de grond heeft geraakt.

Foto 3: een opname van de linkerkant van de “Eider”: duidelijk zichtbaar is de grote impact waarmee het vliegtuig uiteindelijk de grond heeft geraakt.

Foto 4: een opname van dichtbij: van de vleugel resteren nog een paar kleine stukken, terwijl de romp achter de cabine bijna niet meer als zodanig kenbaar is.

Foto 4: een opname van dichtbij: van de vleugel resteren nog een paar kleine stukken, terwijl de romp achter de cabine bijna niet meer als zodanig kenbaar is.

Italo Balbo in Nederland

Door J.M. Grisnich

Op 28 juni 1928 landde onder Helvoirt, een gehucht bij Vught, een Italiaans vliegtuig. Het betrof een Fiat vliegtuig, dat in de vroege morgen vanuit Rome waren vertrokken met als doel Londen. Boven Nederland gekomen verloren ze echter de dop van de radiateur, waardoor het koelwater wegliep. Om oververhitting te voorkomen werd een noodlanding gemaakt. Omdat het te laat was om op te stijgen, overnachtten de beide inzittenden in Hotel Central in Den Bosch. In de vroege morgen van 29 juni vertrokken beide heren met hun Fiat (vliegtuig) in de richting van Amsterdam. Wat moesten deze Italianen zo ver van huis, en wat was het doel van hun vlucht?

Italië was eind jaren ’20 begonnen met de opbouw van haar Militaire Luchtvaart. Bij deze ontwikkeling was de persoon van Italo Balbo sterk betrokken. Balbo, een niet onbekende persoon binnen de Italiaanse Luchtvaart, was voorstander van een vooraanstaande rol van Italië op luchtvaartgebied en deed er veel aan deze positie te verwerven. Dat leidde onder andere tot opmerkelijke vluchten over de hele wereld, zoals een vlucht over het Oostelijk gedeelte van het Middellandse Zee gebied in juli 1928. De vliegers werden bij terugkeer in Italië geëerd met een grootste demonstratie van 61 vliegtuigen die werd geleid door Italo Balbo.
In mei 1928 ontstond het plan om Europese Rondvlucht te organiseren, waarbij zowel de RAF Display te Hendon als de Duitse hoofdstad Berlijn met een bezoek werden vereerd. Na het bezoek aan de RAF Display te Hendon zouden de Italianen terugvliegen via Berlijn Tempelhof naar thuisland Italië.

Naast de Italiaanse deelname waren ook de Fransen van de partij op de RAF Display te Hendon. Verder waren er vertegenwoordigers van allerlei andere landen, hetzij zonder deelname van vliegtuigen. De Italiaanse deelname zou bestaan uit het bezoek van 12 vliegtuigen, onder leiding van Italo Balbo. Ook Sire Mussolini zou met de formatie meekomen. De Fransen kregen Croydon als landingsplaats aangewezen, terwijl de Italianen werden verwacht op Hornchurch. Dat bezoek aan Berlijn duurde twee dagen. Voor het vliegen over Duits grondgebied was toestemming verleend door de Duitse autoriteiten. Tijdens dit tweedaags bezoek zou onder andere de Italiaanse gemeenschap te Berlijn worden bezocht, en de banden met de Duitse luchtvaartautoriteiten versterkt.

De Fiat R.22
De vliegtuigen die zouden deelnemen aan de Europese Rondvlucht, werden door de Italiaanse Fiat fabrieken voorzien van het nieuwste type motor, de R.22. Deze motor was een technisch hoogstandje van 550 pk en werden ingebouwd in onder andere de Ansaldo A.120. Dat was niet heel verwonderlijk, want Ansaldo was begin 1926 overgenomen door de Fiat fabrieken. Zes van deze vliegtuigen werden met deze Fiat motor uitgerust, evenals de Fiat B.R.2. Deze laatsten kregen de aanduiding Fiat R.22 naar het type motor dat was ingebouwd. De Fiat B.R.2 was een tweepersoons lichte bommenwerper, een doorontwikkeling van de uit de Eerste Wereldoorlog stammende Fiat B.R.1. De Ansaldo A.120 was een tweepersoons hoogdekker, van origine een verkenningsvliegtuig. Van de 12 vliegtuigen die zouden deelnemen, waren dus zes van het type Ansaldo A.120 en zes van het type Fiat R.22, allen uitgerust met de nieuwe Fiat R.22 motor van de gelijknamige Italiaanse fabriek.

Foto 1: een vooraanzicht van een Ansaldo A-120. Het type A-120 was naar het ingebouwde type motor.

Foto 1: een vooraanzicht van een Ansaldo A-120. Het type A-120 was naar het ingebouwde type motor.

Foto 2: een foto van waarschijnlijk dezelfde Ansaldo A-120. Nu zichtbaar met het kenmerk 10.030 onder het kielvlak. Ook zichtbaar het woord "sollevare", wat te vertalen is met "hier optillen".

Foto 2: een foto van waarschijnlijk dezelfde Ansaldo A-120. Nu zichtbaar met het kenmerk 10.030 onder het kielvlak. Ook zichtbaar het woord “sollevare”, wat te vertalen is met “hier optillen”.

Non-stop naar Hornchurch
In de vroege morgen van 28 juni 1928 werd vanaf het vliegveld te Rome gestart voor een non-stop vlucht naar het vliegveld Hornchurch in Engeland. Van de 12 vliegtuigen die vanuit Rome vertrokken, bereikte er 11 diezelfde dag Engeland. Het 12de vliegtuig landde bij Helvoirt, en vertrok een dag later naar Amsterdam. Interessant is dat dit vliegtuig nauwkeurig wordt omschreven in de krant “De Eemlander” van 2 juli 1928: Het donderdagmiddag te zes uur onder Helvoirt gelande Italiaansche vliegtuig, gemerkt Fiat R.22 No. 10.060, bemand met kolonel T. Tadeschini-Lalli en majoor Roberti Lordi, is Zaterdagnamiddag te half vier wederom opgestegen met bestemming naar Londen via Ostende. Waarschijnlijk is het vliegtuig van Amsterdam via Ostende naar Londen vertrokken, na eerst te zijn nagekeken op Schiphol. De overige bombardeervliegtuigen daalden om 15.20 op Hornchurch in Essex, Engeland. De formatie, die bestond uit zes Ansaldo A.120 vliegtuigen en zes Fiat R.22 vliegtuigen, werd geleid door Italo Balbo en kwam keurig in formatie vliegend op Hornchurch binnen.

De 30ste juli werden de verrichtingen van de RAF op Hendon door de Italiaanse delegatie met belangstelling gevolgd. De verwachte grote demonstratie van het demonstratieteam van de Royal Air Force liet even op zich wachten. De omroeper kondigde met veel enthousiasme het Royal Air Force Display Team aan, dat als laatste haar kwaliteiten zou laten zien. Toen er een formatie aankwam, bleek deze te bestaan uit drie De Havilland lesvliegtuigen van de Royal Flying School (RFS). Een tegenvaller voor de Italianen die hadden verwacht dat de Engelsen hun nieuwste materiaal zou gebruiken bij de demonstraties. Italo Balbo schijnt deze teleurstelling te hebben verwoord als “dat wij meer dan zij kunnen als het vliegen betreft.” Met andere woorden: helaas kunnen we ons niet meten met de Engelsen, maar we zullen in elk geval niet voor de Engelsen onderdoen.

Op maandag 2 juli werden de buitenlandse delegaties een diner aangeboden in het Savoy Hotel te Londen. Italië, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Noorwegen en België waren allen door één of meer officieren vertegenwoordigd. Generaal Balbo hield een toespraak en beloofde, als geste, bij een volgend diner de gasten in het Engels toe te spreken. Dit met het oog op de komende Schneider Cup Races van 1929.

Terugvlucht
De terugreis via Berlijn naar Rome werd met een dag uitgesteld, omdat boven Berlijn een grote storm woedde die zorgde voor nogal wat ongelukken. Interessant te vermelden is, dat de Duitse Oceaanvliegers op hun terugtocht vanuit Engeland, Soesterberg aandeden om mede een bezoek te brengen aan de Duitse ex-keizer Wilhelm II te Doorn. Evenals de Italiaanse delegatie vertrokken zij in de vroege morgen van 6 juli 1928 op weg naar huis. Vanuit Londen werd om zeven uur in de ochtend vertrokken naar Berlijn, waar de Italianen een bezoek zouden brengen. De storm was inmiddels afgezwakt tot acceptabele normen, zodat verwacht werd dat de terugvlucht zonder veel moeilijkheden zou verlopen. De Oceaanvliegers kwamen landde na een voorspoedige vlucht op Soesterberg, de Italianen hadden het iets moeilijker.

Doordat het weer toch wat onstuimiger bleek dan was voorspeld, kwamen de Italianen in de problemen. Of het de bedoeling was om een tussenlanding in Amsterdam te maken met het eskader van 12 vliegtuigen is niet duidelijk, maar de helft van de vliegtuigen kwam hier gewild of ongewild door de slechte weersomstandigheden terecht. Na landing van drie vliegtuigen van het eskader op Schiphol was niet duidelijk waar de negen andere vliegtuigen zich bevonden. Schepen werden verzocht naar de vliegtuigen uit te zien. Van een van de vermiste vliegtuigen van het eskader kwam even later bericht binnen dat het een noodlanding aan de Franse kust had moeten maken.

Generaal Balbo was eveneens het spoor bijster en landde rond kwart over negen op Waalhaven. Na wat informatie te hebben ingewonnen over het weer richting Amsterdam, vertrok hij naar Schiphol. Drie andere vliegtuigen van het eskader hadden daar rond een uur of 11 al een landing gemaakt. Iets later moest een vliegtuig bij Noordwijkerhout een noodlanding maken in het weiland van “den landbouwer Hoogewest (Hoogervorst)”. Nadat de twee officieren informatie had ingewonnen over het weer en waar hij zich eigenlijk bevond, vertrokken ze naar Amsterdam en vervoegde ze zich daar bij de andere vliegtuigen.

Foto 3: de Fiat R.22 no. 10.059 na de noodlanding in een weiland bij Diemen. De Italiaanse vlieger Brack-Papa staat voor het vliegtuig. Let op het embleem op de romp.

Foto 3: de Fiat R.22 no. 10.059 na de noodlanding in een weiland bij Diemen. De Italiaanse vlieger Brack-Papa staat voor het vliegtuig. Let op het embleem op de romp.

Noodlanding bij Diemen
Tot nog toe waren alle landingen goed verlopen. Voor de Italiaanse vliegers was het onbekend gebied, maar hadden het er goed afgebracht. Dat gold echter niet voor het vliegtuig dat moest landen bij Diemen. Na een landing die goed afliep, rolde het vliegtuig bij de uitloop in een sloot, waardoor het landingsgestel en de propeller van het vliegtuig werd beschadigd. De bemanning bestond uit generaal Lombard en kapitein Francesco Brack-Papa, die het vliegtuig ook vloog. Het vliegtuig was van het type Fiat R.22, met registratie nr. 10.059. Helaas bleek dat dit vliegtuig niet verder kon vliegen en gerepareerd moest worden. Rond een uur of twee vertrokken de vijf andere, op Amsterdam gelande, vliegtuigen naar Berlijn Tempelhof waar ze rond half vijf aankwamen.
Op dinsdag 10 juli 1928 werd om 6 uur in de middag vanuit Berlijn de terugtocht naar Rome begonnen. Het eskader van 11 vliegtuigen stond opnieuw onder leiding van Generaal Balbo, kwam in de middag van de 11de juli terug in Italië. De afstand van 1600 kilometer ging deels over de Alpen, een niet geringe prestatie! Het twaalfde vliegtuig, wat in Nederland was achtergebleven, keerde op een niet bekend tijdstip eveneens terug naar Rome. Italo Balbo werd de 12de verwacht bij de inhuldiging van een fascistisch Italiaans monument, om de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog te herdenken, in bijzijn van onder andere Koning Victor Emanuel III.
Tijdens de Europese Rondvlucht was er in totaal een afstand van maar liefst 4200 km afgelegd. Op die ene noodlanding met minder goede afloop bij Diemen, was de vlucht een succes geworden.

Generaal Italo Balbo
Op 13 augustus 1928 werd door de Italiaanse Koning Victor Emanuel III een decreet ondertekend, waarbij Balbo van onderminister van Luchtvaart werd bevorderd tot generaal van de Italiaanse Luchtmacht. Omdat hij Mussolini voor de voeten ging lopen, werd hij naar Libië weggepromoveerd. Op 28 juni 1940 werd hij door Italiaans luchtafweergeschut boven Libië neergeschoten, waarbij hij sneuvelde. Historici betwijfelen of deze gebeurtenis een ongeluk was. Feit is dat het Italo Balbo is geweest die Italië als luchtvaartminnend land op de kaart heeft gezet, onder andere door de 4200 kilometer lange tocht naar Londen in juli 1928.